Note 21 — Journaal
Reading edition
Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden; de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int bergen van ’t goet eenige vellen21, yser als andersints gestolen hadden, ’t welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie gestraft tot een teeken dat sij van ’t goet niet wilde verminderen, sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de toonen vande voeten vielen, ider 30 à 40 slagen; smiddaghs wesen dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent Tadjang22; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons ’t samen in een huijs23 om te slapen, maer leeck beter een paarde stal dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst.