Note 115 — Journaal
Reading edition
Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik, maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen, ook wel iets verwerven.—“Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet beschaard” (Bilderdijk).—“Dat kan ik niet bescharen”, dat gaat boven mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal II, kolom 1951).