Note (55) — UIT OOST EN WEST. (continued 5)
Reading edition
Ziehier eenige voorbeelden. Van Lennep, „Poëtische werken”, XIII, bl. 189:
„Al te lang reeds heeft die herrie, Heeft die warboel mij gestuit”.
Van Maurik, „Uit één pen”, bl. 146: „om schandaligheid of herrie voor meheertje (den commissaris van politie) te vermijden”; Cremer, „Anna Rooze”, D. III, bl. 334: „naar de herrie gaan kijken”. Laatstgenoemde schrijver gebruikt ook geherrie, b. v. „Anna Rooze”, III, 150: „een Sultan met zoo'n massa vrouwen aan 't been, moet toch altijd in een afgesukkeld geherrie zitten”. Ibid. bl. 236: „och kind! geherrie”.