De Drie Matrozen van Michiel de Ruijter
Reading edition
door Joh. H. Been,
geïllustreerd met 32 platen door J. H. Isings Jr.
Prijs f 2.50, in prachtband f 2.90.
De Nederlandsche Spectator van 26 Januari 1907 schrijft:
Een ware „De Ruijter” hulde.

In het stedeke Brielle waren nog de schimmen van onze zeehelden rond: Witte de Witt, de Trompen, Evertsen enz. en wie daar met een dichterlijken geest woont, wordt van hun geestkracht vervuld. De Brielsche Archivaris, de man in wiens hoofd dat heele prachtige verleden zich geconcentreerd heeft, de heer Joh. H. Been, heeft de mooiste „De Ruijter”-hulde denkbaar in dat kloeke boek van De drie matrozen van Michiel de Ruijter gegeven.
Gevoel voor het grootsche in deze persoonlijkheid, voor het roemrijke verleden samen met de gave van het boeien door echte, spannende romantiek en van zich indenken in het menschelijk gemoed in vele gevallen van karakterstrijd en onrust maken dit boek tot een hoog boek, een, waar een jongen, z’n idealen in vindt, en dat zaden in zijn gemoed zal strooien, die veel later welig zullen kunnen opschieten tot heil van hem zelf, van het vaderland.
Waarlijk, al is het een dik boek, misschien met z’n 379 blz. het dikste jongensboek dat we hebben, ik twijfel niet of het zal tot het eind gelezen, het zal her- en weer-herlezen worden, omdat er zooveel moois in is, dat meesleept, ontroert.
En het mooiste zal voor de jonge lezers dunkt mij, nog dit zijn: dat het alles waar gebeurd is, dat er werkelijk voor Algiers vijf Christenslaven op de door Been beschreven manier op de vloot gekomen zijn; dat werkelijk op de Goudkust drie matrozen samen gevochten hebben met de in het boek beschreven gevolgen, even goed als het in de steek laten van het zinkende Engelsche schip in de West de waarheid bevat. Gerard Brandt vertelt het in zijn leven van Michiel de Ruijter. De dichter heeft alleen de letters op papier leven ingeblazen. Tegen zooveel goeds vallen kleine fouten of liever oppervlakkigheidjes weg.
G.
J. d. V.