Note 20 — Zwina
Reading edition
Op den dag van heden was vader naar ’t hooge gras gegaan. De moeder ging niet uit, den weduwestaat van haar kind had zij begonnen20. Een jongsken, ’t kleinste, bleef thuis bij zijne moeder. Tegen den avond was het gaan wandelen, waar de meloenen stonden, alzoo: Ik ga naar de meloenen van mijne ouderen zien.