Note 1 — Plato.
Reading edition
In de enkele historische opmerkingen over de Grieksche geschiedenis hebben we gezien, hoe ver buiten ’t eigenlijke Griekenland Grieksche nederzettingen waren. Bij Empedocles van Agrigentum, bij Gorgias van Leontinoi maakten we reeds kennis met Sicilië. Toen Plato daar kwam, heerschte over een groot deel van ’t eiland Dionysius, tyran van Syracuse1. Naast de inlandsche volkeren bevochten twee machten op Sicilië elkaar: de Grieken wier steden, meest met Republikeinschen regeeringsvorm meer in ’t Oosten lagen, de Carthagers, die hun nederzettingen in ’t Westen hadden. In 405 had zich een jong, energiek officier uit den middenstand tot tyran weten te verheffen, was door Carthago erkend, had eenige jaren rust gebruikt om zijn macht enorm te versterken, had op de Carthagers een groot deel van het eiland veroverd, zijn invloed uitgebreid over de Grieksche steden van Zuid-Italië, en Syracuse tot een aanzienlijke stad gemaakt. Het had grooter oppervlakte dan Rome tijdens de keizers, zijn stadswallen waren 27 K. M. lang. Dit Syracuse was een middelpunt ook voor Grieksche beschaving.