Note 4 — De Engelsche Aufklärung.
Reading edition
Ieder individu moet dus vrijheid hebben, maar ook het verkeer der individuen onderling moet niet gehinderd of belemmerd worden. Vraag en aanbod regelen de markt wel. De staat behoeft den handel niet na te gaan. De klanten zijn de beste controleurs van den koopman. Van alle bemoeiing moet de Staat zich in normale omstandigheden onthouden: staatsbemoeiing leidt de krachten van hare natuurlijke banen af, verlangzaamt en belemmert het natuurlijke productieproces. Geen monopolies dus; voor bepaalde personen of families geen privilegies4.