← Table of contents
Titus Andronicus

Note 3 — Aanteekeningen.

L. A. J. (Leendert Alexander Johannes) Burgersdijk translation · Edition 6

Als men in den Aran en Titus de verwijten van Titusʼ dochter aan de overspelige Tamora, of liever het gekijf der twee wijven, leest, als men Aran hoort stoffen op zijn misdaden, Tamora hoort weeklagen, dat zij haar eigen zoons “zoo gierig” heeft “ingeslokt”, als men Titus hoort wenschen, dat hij Tamoraʼs “darmen” mocht “ophaspʼlen op zijn armen”, als men de koren leest, die van Baerle nog wel als een proefje aan Huygens zond om hem te doen watertanden, dan staat men niet alleen verbaasd, dat een man als van Baerle dit kon bewonderen, maar zal meer dan ooit gestemd zijn, om aan de dichterlijke waarde van Shakespeareʼs Titus Andronicus volle recht te doen wedervaren3, al moet men toegeven, dat het in een geheel anderen geest dan zijn overige stukken, in een vroegeren stijl geschreven is.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings