Note 317 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
So. Dat zegt gij goed. Maar hebben wij niet het vraagstuk ontvangen van de ouden, die in een dichterlijk kleed voor de menigte verborgen317, dat de oorsprong van alles, Oceaan en Tethys, stroomen zijn, en dat niets staat, en van de lateren, die het, daar zij geleerder waren, openlijk verkondigden, opdat ook de schoenlappers318, dat hoorende, hunne wijsheid zouden overnemen, en niet langer in hunne onnoozelheid zouden meenen, dat sommige dingen stilstaan en andere zich bewegen, maar geleerd hebbende, dat alles in beweging is, hen zouden vereeren? Maar, Theodorus! ik was bijna vergeten, dat anderen het tegendeel hiervan hebben beweerd, [namelijk,] dat aan het al slechts de naam van het onveranderlijk zijn toekomt319, en dat, gelijk Melissus en Parmenides tegen al dat [vorige] volhouden, het al één is, en in zich zelf gegrond vaststaat, zonder plaats om in te bewegen. Mijn vriend! hoe zullen wij ons omtrent die allen gedragen? want terwijl wij langzaam voortgingen, zijn wij ongevoelig tusschen die twee partijen ingekomen,320 en zoo wij ons er niet door weten te slaan, zullen wij boeten, gelijk zij, die bij de ligchaamsoefeningen al spelend op den streep komen en door den troep aan weerskanten gegrepen, naar twee verschillende zijden getrokken worden321. Ik ben dus van oordeel, dat wij eerst die partij moeten beschouwen, waarmede wij nu bezig zijn, [namelijk] de vloeijenden. En zoo zij iets van belang schijnen te zeggen, zullen wij ons zelven met hen mede laten trekken en de anderen pogen te ontvlugten; maar zoo zij, die het al doen stil staan, meer waarheid schijnen te spreken, zullen wij tot hen vlugten en diegenen ontwijken, die zelfs het onbeweeglijke bewegen. Maar zoo geen van beiden iets goeds schijnt te zeggen, dan staan wij bloot aan bespotting, daar wij, geringe lieden, zelve iets meenen te zeggen en zulke oude en doorgeleerde menschen verwerpen. Zie nu eens, Theodorus! of het de moeite waard is, zich aan zulk een gevaar bloot te stellen.