Note 312 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
Theod. Dat is opperbest. Want, Socrates! wat die navolgers van Heracliet, of, zoo als gij zegt, van Homerus312 en van nog ouderen aangaat, met die te Ephesus, welke voorwenden deze leer te verstaan, is het niet méér mogelijk te spreken dan met razenden. Want zij zijn in waarheid even bewegelijk als zij schrijven, en bij eene stelling of een vraagstuk te blijven en kalm op hunne beurt te antwoorden en te vragen, wordt onder hen in het minst niet gevonden; ja, rust is in hen nog minder dan in het geheel niet, maar, zoo gij iemand [hunner] iets vraagt, haalt hij als uit een’ pijlkoker korte raadselachtige gezegden en schiet die af, en zoo gij hem rekenschap vraagt, wat hij gezegd heeft, dan wordt gij getroffen313 met een ander van vreemde beteekenis, maar gij zult met niemand hunner ooit iets vorderen, en ook zij met elkander niet; maar zij zorgen wel, noch in hunne woorden, noch in hunne zielen iets bestendigs te laten, daar zij dat, geloof ik, voor stilstand houden, waartegen zij met geweld strijden en dien zij zoo veel mogelijk overal uitwerpen.