Note 267 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
XXIV. So. Laat ons dan, zoo als betamelijk is, daar gij het goedvindt, over de aanvoerders spreken; want waarom zou iemand spreken van hen, die zich flaauw op de wijsbegeerte toeleggen? Zij nu weten van hunne jeugd af aan, vooreerst den weg niet naar de markt, noch waar de regtbank of het raadhuis of eenige andere vergaderplaats van den staat is; en wetten of besluiten, die verhandeld worden of vroeger geschreven zijn, zien zij niet in, noch hooren er naar267. Het streven naar vereenigingen tot het bekomen van posten en het houden van staatkundige bijeenkomsten en maaltijden en feesten met fluitspeelsters komt hen in den droom niet op268. En of iemand in de stad van aanzienlijke of geringe afkomst is, of er aan iemand van zijne voorouders, van vaders- of moeders- kant eenige smet kleeft, dat weet hij nog minder, dan hoeveel emmers water in de zee gaan. En hij weet niet eens, dat hij dat alles niet weet, want hij onthoudt er zich niet van uit eerzucht269, maar in waarheid is alleen zijn ligchaam in den staat aanwezig en woont daar, maar zijn geest, die dit alles voor weinig, ja voor niets acht, veracht het en zweeft volgens Pindarus overal heen, hetgeen onder de aarde en op dezelve is, berekenend, en de bovenste streken des hemels270 aan sterrekundig onderzoek onderwerpend, en de algemeene wezenheid, al wat ergens bestaat, onderzoekend271, zonder zich tot een der nabijgelegene dingen af te laten.