← Table of contents
Theaetetus

Note 256 — THEAETETUS.

D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2

So. Daar aan de eersten de ledige tijd, waarvan gij spreekt, nooit ontbreekt, en zij hunne redekavelingen in vrede en ledigen tijd opstellen, en gelijk wij nu reeds de derde opvolgende redekaveling opvatten, zoo ook zij, indien hun eene nieuwe redekaveling meer dan de behandeld wordende256 bevalt, zoo als dat met ons het geval is, [de laatste verkiezen], en het hun om het even is, of zij lange of korte redeneringen bezigen, zoo zij maar het wezenlijke vatten. De anderen echter spreken altijd in haast, want het stroomende water257 drijft ze voort, en laat hun niet toe, te spreken waarover zij willen, maar de tegenpartij staat tegenover hen, een dwangmiddel hebbende en een boekje, dat er bij gelezen wordt258, waarbuiten niet mag gesproken worden259, en de rede wordt altijd over eenen mededienstknecht gehouden in tegenwoordigheid van den heer, die daar zit en het regt in zijne hand heeft, en de strijd is nooit vrij, maar steeds over een bepaald onderwerp, ja dikwijls is het een gevecht260 op leven of dood. Zoodat zij door dit alles scherp en slim worden en leeren hunnen heer met woorden te vleijen en met daden te believen261, daar zij kleingeestig en niet opregt van gezindheid zijn. Want het dienen van kindsbeen af, vernietigt de verheffing [van ziel], de opregtheid en de edelaardigheid262, daar zij dwingt om slinksch te handelen, en de nog teedere zielen in groote gevaren en angsten stort, die zij niet met billijkheid en opregtheid263 kunnen doorstaan, en daarom zich terstond naar het liegen en elkander benadeelen wendende, zich zeer buigen en wringen, zoodat zij van knapen eindelijk mannen worden, zonder iets gezonds in hunne ziel te hebben, terwijl zij zich verbeelden, knap en wijs geworden te zijn.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings