← Table of contents
Theaetetus

Note 170 — THEAETETUS.

D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2

So. Overigens heeft hij zeer naar mijnen smaak aangetoond, dat hetgeen aan ieder voorkomt, ook is; maar ik heb mij verwonderd over het begin der redekaveling, dat hij niet in het begin der Waarheid170 gezegd heeft, dat een zwijn of aap of een nog nietiger gevoelend wezen, de maat van alle dingen is; om alzoo, met grootschheid en verachting [van allen spot], ons dadelijk in het begin te toonen, dat wij hem als een God om zijne wijsheid bewonderden171, maar dat hij in wijsheid niet boven eenen kikvorsch, laat staan boven eenig ander172 mensch, uitmunt. Of hoe moeten wij zeggen, Theodorus? Want zoo voor ieder waar is173, wat hij op grond van het gevoel meent, en niemand eens anders aandoening beter onderscheidt, noch geschikter is om te onderzoeken, of de meening van een ander waar of valsch is, [dan die andere zelf]; maar, gelijk vaak gezegd is, ieder alleen over het zijne kan oordeelen, en dat oordeel geheel in den haak174 en waar is; hoe is dan toch, mijn vriend! Protagoras zoo geleerd, dat hij zelfs verdient als de leermeester van anderen veel loon te ontvangen, maar wij minder geleerd, zoodat wij tot hem gaan175 moeten, terwijl toch ieder de maatstaf is voor zijne eigene kennis? Wat moeten wij zeggen, dat Protagoras met die geestigheid bedoelt? Ik spreek nu niet van mij en mijne vroedkunst, hoe bespottelijk wij worden, maar ik geloof, dat dit plaats heeft met alle bemoeijing omtrent het redekavelen. Want is dan het onderzoeken en trachten te weêrleggen van eens anders gevoelen176 en meeningen, daar die van ieder waar zijn, niet eene zeer groote177 ijdelheid, zoo althans de waarheid van Protagoras waar is, maar hij niet van achter de schermen een grap gezegd heeft?

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings