Note 117 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
So. Theodorus, mijn vriend! schijnt niet kwaad omtrent uwen aard te gissen. Deze aandoening toch, de verwondering, is vooral117 aan den wijsgeer eigen; want er is geen ander begin118 van de wijsbegeerte dan dit, en hij, die Iris de dochter van Thaumas noemde, schijnt niet kwaad hare afkomst op te geven119. Maar begrijpt gij dan nu, waarom dit zoodanig is, volgens hetgeen wij zeggen dat Protagoras leert, of nog niet120?