Note 469 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
Deze redenering gaat van de overeenkomst in negatieve kenmerken uit, doch kan juist daardoor niets tot stand brengen. (Zie mijne vertaling van den Phaedo, blz. 177–179. Nieuwenhuis, Initia Philosophiae Logicae, p. 210. VI.) Het geheel en het al verschillen dan ook wel degelijk. Onwillekeurig denkt men hier aan de geestige woorden van Goethe:
Wer will was Lebendig’s erkennen und beschreiben,
Sucht erst den Geist heraus zu treiben,
Dann hat er die Theile in seiner Hand,
Fehlt leider! nur das geistige Band.
Encheiresin naturae nent’s die Chemie;
Spottet ihrer selbst und weisz nicht wie.
Zoo is, in het door Plato gebezigde voorbeeld van een leger, het al en het geheel geenszins hetzelfde, want de wezenheid van het leger bestaat niet bloot in de voltalligheid, maar wel degelijk vooral in de orde, waarin de deelen verbonden zijn. Of was niet de Macedonische phalanx oneindig sterker, dan hetzelfde of een grooter aantal soldaten, zonder orde bijeengevoegd? En nu spreken wij nog niet eens van het onderscheid tusschen éénheid, verscheidenheid en harmonie, waarbij het geheel, als éénheid, wel degelijk van het al, als harmonie, onderscheiden wordt. (Zie Opzoomer, De leer van God bij Schelling, Hegel en Krause. I. blz. 47. volgg.) ↑