← Table of contents
Theaetetus

Note 358 — THEAETETUS.

D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2

Hier wordt een bewijs voor het bestaan der ziel gebouwd op de kennis der algemeene begrippen. Deze redenering is kortelijk aldus:

Iedere zin heeft zijn eigen scherp begrensd gebied, en de ééne neemt de voorwerpen van den anderen niet waar.

Wij hebben begrippen, die het gemeenschappelijke in de waarnemingen der verschillende zinnen uitdrukken.

Die begrippen kunnen niet afstammen uit eene der vijf van elkander scherp onderscheidene zinnen.

Zij moeten dus gekend worden door een vermogen, dat van die zinnen onderscheiden is, en ze te zamen omvat. Dit vermogen willen wij ziel noemen. Dit vermogen kan (aldus moeten wij Plato aanvullen) niet ligchamelijk zijn, omdat de voorwerpen, die er door worden waargenomen, wel op alle ligchamelijke dingen worden toegepast, maar zelve wegens hunne algemeenheid geenszins op ligchamelijke wijs kunnen waargenomen worden. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings