← Table of contents
Theaetetus

Note 357 — THEAETETUS.

D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2

τὸ ταὐτόν τε καὶ τὸ ἕτερον. Het gebrek van abstracte woorden in de talen is ten allen tijde een kruis voor de wijsgeeren geweest, en heeft ze gedwongen nieuwe woorden te maken, hetgeen aan de literatoren gewoonlijk aanleiding gaf, om hen van barbarismus te beschuldigen. Zulk onverstandig ijveren heeft ons beroofd van het voorregt, in het latijn eene taal der geleerden te bezitten. De scholastici hadden het latijn uit zich zelve ontwikkeld, en geschikt gemaakt tot het uitdrukken der wijsgeerige begrippen. Daar komen de literatoren en roepen: „dat latijn deugt niet, want het werd in den tijd van Augustus zoo niet gesproken!” Dit oordeel verschrikte de mannen van andere vakken, die latijn schreven, en daar zij het latijn der tijdgenooten van Augustus niet konden, en het latijn der scholastici niet mogten gebruiken, werden zij gedwongen de geheele taal te laten loopen, en zich ieder van hunne moedertaal te bedienen, hetgeen nadeelig op hunne sympathie voor de studie der oude letteren gewerkt heeft. Nu roepen zij op hunne beurt: „het latijn is nutteloos geworden! Alle vakken zijn reeds zoo goed in de moderne talen behandeld, dat men het latijn wel missen kan!” en daardoor loopt de geheele studie der oude letteren, althans in de verte, gevaar; daar de mannen van andere vakken zich meer en meer van dezelve, als van eenen nutteloozen last, zoeken te ontslaan. Zoo hebben de literatoren door onverstandigen ijver hunne eigen glazen ingeworpen, daar zij niet wilden inzien, dat de ontwikkeling der taal gelijken tred moet houden met de ontwikkeling der denkbeelden, die in die taal worden uitgedrukt. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings