Note 289 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
Woordelijk: ten opzigte van dit, is de ware voortreffelijkheid, nietswaardigheid, en onmannelijkheid van een man. De Grieken, vooral de Atheners, hielden de vrouwen buiten alle beschaving en spraken daarom steeds van mannen alleen, waar wij van menschen in het algemeen spreken. Ik heb echter gemeend hier mensch te mogen vertalen, zoo omdat de zaak zelve medebrengt, dat hier even zoo zeer aan vrouwen als aan mannen moet gedacht worden, als om de bekende uitspraak van Plato, dat de vrouwen van natuur voor dezelfde ontwikkeling vatbaar zijn als de mannen, en dat, zoo zij van vele dingen zijn uitgesloten, zulks alleen aan de verkeerde opvoeding te wijten is. Zie Rep. V. cap. IV–VI. Wanneer dus Plato van mannen spreekt, waar hij van menschen moest spreken, schikt hij zich naar het gewone spraakgebruik. ↑