← Table of contents
Theaetetus

Note 228 — THEAETETUS.

D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2

Dit laatste is duidelijk een paskwil op Protagoras zelven, wiens tegenwoordige leerling Theodorus de wijsbegeerte voor de meetkunst had laten loopen. Over het geheel is, hetgeen Socrates hier uit naam van Protagoras aan zich zelven voorschrijft, eigentlijk niet tegen Socrates gerigt, daar deze juist die regels opvolgde, maar tegen zijne tegenpartij, de sophisten, wien het om gelijk hebben, niet om waarheid te doen was. Men vergelijke hier de door Aristoteles van eenen sophist gegevene bepaling: ἔστι γὰρ ἡ σοφιστικὴ φαινομένη σοφία, οὖσα δὲ μή. καὶ ὁ σοφιστὴς χρηματιστὴς ἀπὸ φαινομένης σοφίας, ἀλλ’ οὐκ οὔσης. (Soph. elench. 1. § 6.) d. i.: de Sophistiek is eene schijnbare, maar niet werkelijke wijsheid, en een sophist is iemand, die zich door schijnbare, maar niet werkelijke wijsheid zoekt rijk te maken. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings