Note 206 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
πελταστικὸς ἀνὴρ μισθοφόρος. Hiermede wordt een sophist aangeduid, daar die lieden vooral in vlugheid, of liever vlugtigheid uitmuntten, en, bij hun beoefenen van wetenschappelijke vraagstukken, altijd hun geldelijk voordeel op het oog hadden. Overigens meene men niet, dat het toeschrijven dier tegenwerpingen aan sophisten, een bewijs is, dat Plato de leer van Protagoras goedkeurde. Integendeel moet hierin een bewijs gezocht worden van zijne verachting voor die leer, daar hij te kennen geeft, dat de minste sophist haar gemakkelijk kon weêrleggen. ↑