Note 187 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
ἢ ἀκούειν τε καὶ ἐπίστασθαι. Hier moet uit het vorige οὐ φήσομεν eenvoudig φήσομεν worden aangevuld, waaruit blijkt, dat οὐ φημὶ geenszins onbepaald in de beteekenis van ontkennen gebruikt wordt, maar dat de Grieken wel degelijk in het taalgebruik οὐ en φημὶ als twee afzonderlijke woorden beschouwden. Omtrent het gebruik van οὐ φημὶ meen ik te moeten aanmerken, dat οὐ óf als bijwoord bij φημὶ kan gebruikt worden, wanneer het eenvoudig beteekent: ik zeg niet, óf dat οὐ als het object van φημὶ kan aangemerkt worden, wanneer het beteekent: ik zeg neen, en vandaar: ik ontken. ↑