Note 122 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
Hier wordt waarschijnlijk de school van Leucippus en Democritus bedoeld, die als echte materialisten geene andere beginsels dan de atomen en de ledige ruimte erkenden, en daaruit het ontstaan der wereld voldoende meenden te kunnen verklaren. (Zie Brandis, Handbuch. I. § LX. blz. 294. volgg.). Plato behandelt deze leer overal met veel verachting, maar bestrijdt ze nergens uitdrukkelijk; hoewel juist zij zijne ergste vijandin was. (Zie Hermann, Gesch. u. Syst. der Platon. Phil. I. blz. 152. volgg.) Met dat al is het wel slagen van zijne weêrlegging van Protagoras eigentlijk te gelijk eene weêrlegging van Democriet, daar het bestaan van den geest als hoogere, boven de zinnelijkheid verhevene kenbron, die in staat is het algemeene te bevatten, de onvolledigheid der atomistiek voldoende doet uitkomen. Daarom was, zooals Krause zeer juist opmerkt (Zie Grundwahrheiten, blz. 264. volgg.), Democriet door zijn redekavelen over oorzaken en beginselen, die niet in de onmiddellijke waarneming gegeven zijn, eigenlijk reeds practisch zijn eigen standpunt te boven gekomen. ↑