Note 119 — THEAETETUS.
D. (Dionijs) Burger translation · Edition 2
Dit is een staaltje van de allegorische verklaring der oude mythologie, dat echter door Plato slechts als rhetorisch sieraad gebezigd wordt. Iris is de bodesse der Goden, dus de Godin, die aan de menschen bekend maakt, wat in den Hemel besloten is, en als zoodanig wordt zij hier als persoonsverbeelding der wijsbegeerte gebezigd. De woordspeling met Θαύμας en θαυμάζω valt genoeg in het oog. Het is, als zeiden wij: die de bodes der Goden de dochter der verwondering noemde. ↑