Note 10 — VI DE NAMEN DER INGEZETENEN VAN LEEUWARDEN ten jare 1511.
Reading edition
Zeer vele andere handwerken en bedrijven vinden wij nog in de benamingen van Leeuwarder burgers vertegenwoordigd: Syword Scutemaker (de schuitmakers komen talrijk voor), Zierck Wagenmaker (het handwerk der wagenmakers wordt, even als dat der kleêrmakers of skroaren (scroer), ook wel in het Friesch vermeld: Jelle Weynmaker), Meynt Wielmaker, Gosse Kuper, Dirck Glaesmaecker, Abbe Ferwer, Dowe Decker, Frans Leydecker (de makers van leien daken op de huizen), Jacob Lyndeslagher (touw- of lijnslager), Wybe Kistemaker (de kistemakers, later noemde men ze schrijnwerkers, nu meubelmakers, waren zeer talrijk te Leeuwarden), Jucke Holtsnyder, Gerbren Beeldesnyder, Herman Mesmaker, Hercke Koeperslager, Nanninck Yserman (deze laatste behoort zeker ook tot de smeden—of was hij misschien een ijzerkramer?); Harinck Slotemaker, Symon Zweertslager, elders in het register Symon Swertfeger genoemd: Herke Ketelboter, misschien de zelfde man, die elders Hercke Koeperslager genoemd wordt; Allert Kannemaker, Gerrolt Steenbicker (steenbikkers komen talrijk voor; waren het de lieden die baksteenen bebikten, bekapten, beslepen? zooals in de middeleeuwen wel gebruikelijk was); Jan Saelmaker (zadelmaker), Bruyn Sydensticker (die zijden kleedingstoffen, of stoffen voor kerkelijk en ander siergebruik bestikte); Arent Hoedmaker, Dirck Cransmaker, Marten Brower, Tierck Tapper, Peter Casteleyn, Oeswalt Kokenmester, elders in het register Oeswalt Koeckenmester genoemd (was dit een kok?); Menthe Kremer, Peter Moelker (môlker, moolker is nog de hedendaagsch Friesche benaming voor den man die mool meel, verkoopt); Aesge ende Wybe Molner (molenaar), Powels Olyslager, Govert Bokebinder, Obbe Schriver (de schrivers, ook in het Friesch als scriuer genoemd, komen niet zeldzaam voor; waren dit openbare schrijvers, lieden die, om loon, voor hen die niet schrijven konden, brieven en dergelijke stukken schreven, of schrijvers bij een regiment soldaten of burgerwacht, zoo als dezen ook later werden genoemd?); Dirck Stadbode en Bucho Koster. Verder Willem Fleyshouwer en Jacob Lammeslager, Bonthie Fisker, Peter Tyeusker, elders in het register als Peter Tiesker voorkomende, (was dit een tysker of tüesker? iemand die allerlei dingen inruilt en tegen andere verruilt, een soort uitdrager dus, of een hynstetysker, te Leeuwarden peerdetüesker, een paardekoopman of paarderuiler?); Tierck Scherrier (Friesch skerjer—een lakenscheerder, zoogenoemde wandskeer, of eenvoudig een baardscheerder?); Ede Wagenaer (een wagenmaker, of een wagenverhuurder? gelijk misschien Gerryt Weynman ook); Willem Porter, ook Willem Poerther genoemd (deurwachter of portier?); Saeka Drager (een sjouwerman of vrachtdrager); Pybe Rogdrager (de roggedragers worden steeds afzonderlijk en uitdrukkelijk met dien naam van de andere dragers of sjouwers onderscheiden; zij vormen te Leeuwarden nog heden een afzonderlijk gilde; rogge is het Friesche broodkoorn bij uitnemendheid); Jucke Kalcmaker, Herman Straetmaker; Gercke Holtsager, Claes Spoelman (speulman, speelman, muzikant of toonkunstenaar), Foppe Hornblaser,10 enz.