Note 7 — IV HELMONDSCHE NAMEN UIT DE MIDDELEEUWEN.
Reading edition
Herman Eycmans (1439); Jan Starkens(1498), d.i. Jan, zoon van Willem (?) Starken; deze toenaam Starken is ook weêr een patronymicale naamsvorm, beteekenende van Stark of zoon van Peter (?) Stark, van den man, die om zijne bijzondere sterkte, den bijnaam van Stark (of Sterk) verworven had. Stark en Sterk, Sterck komen nog heden als maagschapsnamen voor; ook de patronymicale vormen daar van: Sterke, Sterckx, Sterken, enz. Verder Peter van Eyndhouts (1487); Peter Stippelmans, Henric Touwers(1439; touwer = touwslager? zie bladzijde 175), in 1435 Heyn Touwers genoemd; Peter Pedelmans (1416); Goswyn Wevers (1402) en Herman Swevers (1492; des Wevers); Mathys Jan Spapen soen van Zomeren (1417), d.i. Matthijs, zoon van Jan de Paap of de Pastoor van den dorpe Zomeren, of zoon van Jan die om d’eene of andere reden den bijnaam van Paap droeg, zonder daarom juist een Pastoor of ander Geestelijk Heer te zijn, en die van Zomeren herkomstig was. Dan nog Diryck Swerts (1492); Heyn Teulinx (1389); Goeswyn Schuermans (1419), met andere woorden: Gosewijn, de zoon of kleinzoon van eenen man, die den toenaam Schuerman voerde (omdat zijn huis kenbaar was aan eene groote of anderszins bijzonder in ’t oog vallende schuur?); de naam Schuermans is nog heden als maagschapsnaam aan Brabantsche geslachten eigen. Eindelijk nog Jan Coffermans (1436) en Goessen Scorten (1460). ↑