← Table of contents
Studiën in Nederlandsche Namenkunde

Note 7 — IV HELMONDSCHE NAMEN UIT DE MIDDELEEUWEN.

Reading edition

Deze zeer eenvoudige namen konden op hunne beurt ook al weêr niet het gewone lot ontkomen van de persoonsbenamingen in de tijden, toen deze zaak nog niet wettelijk geregeld was; zij waren aan wisseling en verandering onderhevig, en, bij de zonen der mannen die deze benamingen eerst gevoerd hadden, aan patronymicale vervormingen. Werd bij voorbeeld een man die bij doopname eenvoudig Jan heette, en die geenen afzonderlijken toe- of bijnaam voerde, in zijne dagelijksche omgeving gemeenlijk Jan de Timmerman genoemd, omdat hij een timmerman was van zijn handwerk—zijn zoon Willem, in zoo verre deze zijn rechtmatig patronymicum Janssoen of Jansen niet voerde, en evenmin zich-zelven nog geenen eigenen bij- of toenaam, van welken aard dan ook, verworven had,—zijn zoon Willem kreeg, ter onderscheiding, den vaderlijken toenaam als een oneigenlijk patronymicum, natuurlijk in den tweeden naamval; men noemde hem Willem Timmermans, d.i. Willem, de zoon van den timmerman, van Jan den Timmerman. Droeg de vader den bijnaam van Breughelman omdat hij, te Helmond wonende, uit den dorpe Breugel herkomstig was, zijn zoon heette Breughelmans. Zulke oneigenlijke patronymicale benamingen—oneigenlijk, omdat zij niet van den vaderlijken doopnaam, maar van den vaderlijken toe- of bijnaam afgeleid zijn—komen almede op onze Helmondsche naamlijst voor. Hier zijn ze: Jan Berbiers (1439), de zoon van den barbier, van den man die, naar zijn bedrijf, Peter of Henric Berbier genoemd werd; Johannes Roeselmanssoen (1400), d.i. Johannes zoon van Roeselman, van iemand die Roeselman genoemd werd, omdat hij uit den dorpe Roesel, Reusel, afkomstig was; Wouter Stox (1439), Willem Stox (1389) en Henric Stocs, zonen (of anderszins nakomelingen) van eenen man die om d’eene of andere reden den bijnaam van Stok had gedragen7.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings