← Table of contents
Studiën in Nederlandsche Namenkunde

Note 4 — IV HELMONDSCHE NAMEN UIT DE MIDDELEEUWEN.

Reading edition

Maar zulke monsterachtige, als ’t ware op elkanderen gestapelde naamsvormen konden op den duur onmogelijk in stand en in gebruik blijven. Hunne langheid en ongeschiktheid bracht eenen tegenslag in de zaak der persoonsbenamingen te weeg, waardoor men weêr tot de eenvoudigste benaming terug keerde, te weten tot die van den enkelen doopnaam des mans, met den naam van zijnen vader als patronymicum daar achter. Op bladzijden 173 en 174 hiervoren zijn deze namen, nog met het oorspronkelijke woord soen daarachter, reeds vermeld. Maar men liet dit woordje soen, dat eigentlijk ook overtollig was, ook nog achter wege, en behield dan, als patronymicale toenaam, enkel den vadersnaam in den tweeden naamval. Daar mede was men weêr aangeland bij eene eenvoudige en doelmatige wijze van naamsvorming, die nog heden onder de bevolking in alle Friesche gewesten en gouwen, West en Oost en Noord, gebruikelijk is. Voorbeelden van dezen naamsvorm vinden wij in onze naamlijst als: Peter Michiels (1471) = Peter (zoon) van Michiel; Jan Reyners (1460), in 1467 Jan Reyniers genoemd, enz.4.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings