Note 5 — II NEDERLANDSCHE NAMEN IN FRANKRIJK.
Reading edition
Aernout, Van Graefschepe, De Coussemaker, De Baecker (Bakker), Hase, Baert, Bernaert, Becuwe, Blavoet, Bloeme, Cappelaere, De Haene, De Rode, De Ruywe, De Smidt, De Swarte, Meneboo (elders Minneboo), Strobbel, Top, Treutenaere, Van de Walle (ook half verfranscht als Deloualle), Verstavel, De Conynck, De Meunynck (de Monnik), De Grendel, De Laeter, De Smyttere, De Vos, Goudaert, Hopsomer (een, door Franschen invloed verbasterde vorm van Opsomer, Opzomer, dat ook in Noord- en in Zuid-Nederland voorkomt), Ryngaert, Van den Abeele, Van den Kerckove, Van der Veene, Verclytte, De Schodt, De Zitter, Wayenburg, Van der Colme, Beekmans, Behaghel, Bieswal, Blanckaert, De Beyer, De Coster, De Groote, De Man, Eeckman, Goemaere, Govaere, Herreman, Hooft, Liefooghe, Lootgieter, Spillemaker, Wittevronghel, Wyckaert, Wellecomme, Vinckevleugel, Wallaert, De Broere, Cleenewerck, Schoonheere, Van de Velde, Hazewindt, Van Acker, De Stuynder, De Waegemaeker, Plaetevoet, De Grave, Raeckelboom, De Mol, Elleboode, Yserbyt, (ook verfranscht tot Iserbi), Van Hove, Oswin, De Vilder, Van Heeghe, Dagbert, Keingaert, Swyngedauw, Van Eeke, De Temmaeker, Goeneute, Van Elslandt, en nog velen meer. Hier bij valt op te merken dat door de Franschen de namen die met het lidwoord de, of met het voorzetsel van of met van de, van den, van der zijn samengesteld, in één woord schrijven; bij voorbeeld Dehaene, Deruywe, Derode, Vanderwalle, Vandenabeele, Vandenkerckove, enz. De namen krijgen op die wijze zulk een vreemd voorkomen, dat een Nederlander zelf aanvankelijk ze niet herkent. ↑