Note 3 — TUSSCHEN BOLOGNA EN FERRARA.
Reading edition
Hij ontving het voorstel met een spottend gehuil, zwaaide zijn zweep over het hoofd (en welk eene zweep! het geleek meer op een Engelschen schietboog), wierp zijne hielen boven de paarden uit, en verdween bij zulk een aanval ergens in de nabijheid van den wagenboom. Ik verwachtte zeker hem op den weg te zien liggen, honderd yards3 achter ons, maar daar stak de spitse hoed in het volgend oogenblik er weer boven uit, en ik zag hem uitrusten, als in eene sofa, terwijl hij daarover nadacht, en uitriep: „Ha! ha! wat nu weer. O! te duivel! Meer aanstappen! Shoe—hoe—oe—oe!” Deze laatste uitroep was een onuitsprekelijk tartend geschreeuw. Daar ik verlangend was onze onmiddellijke bestemming nog dien avond te bereiken, waagde ik zelf nu en dan de eigen proef. Zij bracht juist dezelfde uitwerking voort. De zweep vloog met denzelfden verachtelijken zwaai in het rond, de hielen vlogen naar de hoogte, de spitse hoed naar de laagte en daarop vertoonde hij zich weder, uitrustende als te voren en tot zich zelven zeggende: „Ha! ha! wat nu weer! Meer aanstappen. O! te duivel! Shoe—hoe—oe—oe.”