← Table of contents
Sagen van Koning Arthur en de Ridders van de Tafelronde

Note 1 — INLEIDING TOT DE SAGE VAN TRISTAN EN ISOLDE.

Reading edition

Langen tijd hield de theorie van Gaston Paris stand, maar allengs begonnen zich stemmen daartegen te verheffen, die zelfs voortkwamen uit den kring van zijne eigen leerlingen. Deze legden hunne denkbeelden neer in eene reeks artikelen in “Romania” XV en XVI. Vooraan onder hen staat Joseph Bédier, wiens naam door allen, die de Tristan-sage kennen en bewonderen, met eerbied dient genoemd te worden. Zijne theorie omtrent het ontstaan der legende is te vinden in het tweede deel zijner uitgave van een der eerste Fransche Tristan-gedichten, n.l. dat van Thomas, een Normandisch dichter uit de 12e eeuw. Bédier onderscheidt drie tijdperken in den ontwikkelingsgang der sage. Volgens hem stamt onze held uit het hooge Noorden van Groot-Brittannië, waar wij zijn naam onder den vorm van “Drostân”1 aantreffen als dien van een geliefd held bij de volksstammen der Picten en Schotten. Aan de Kelten uit het Zuiden van Engeland, uit Wallis, komt de eer toe, den naam van dien Schotschen held te hebben verbonden met dien van koning Mark van Cornwallis en daardoor den eersten stoot te hebben gegeven tot de vorming der later zoo beroemd geworden Tristan-sage. Op welke wijze nu geraakte deze bekend onder de Fransche dichters, die haar in de 12e eeuw tot onderwerp hunner verzen maakten? Om Bédier’s verklaring hiervoor begrijpelijker te maken, brengt hij ons eerst in herinnering, welk eene nauwe gemeenschap in de 10e en 11e eeuw bestond tusschen Bretagne en Normandië. De regeerende huizen van deze beide landen waren onderling meerdere malen door huwelijken verbonden en jaar in jaar uit waren de Bretonsche “jongleurs”, zooals zij genoemd werden, naar het naburige hertogdom getrokken, waar zij eene warme ontvangst vonden in de kasteelen der Normandische edelen. Wie waren die Bretonsche jongleurs? Afstammelingen van de Kelten uit Groot-Brittannië, die in de 6e eeuw de wijk hadden genomen naar Bretagne, om te ontkomen aan de vervolgingen der Angelen en Saksen. Toen dus die “jongleurs” na den slag bij Hastings hunne meesters, de Normandische edellieden, die tot het gevolg van Willem den Veroveraar behoorden, naar Engeland volgden, sloten zij zich daar spoedig aan bij de volksdichters en zangers, aan wie zij zich door hunne afkomst nauw verwant voelden. Zij leerden van hen verscheidene oude legenden en overleveringen, waarmede zij hunne Bretonsche verhalen aanvulden en uit deze vermenging ontstond de beroemde “matière de Bretagne”, welke zulk eene hooge plaats inneemt in de middeleeuwsche letterkunde. Zoo ontstond ook volgens Joseph Bédier, de Tristansage, zooals wij die kennen en bewonderen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings