← Table of contents
Reize van Maarten Gerritsz. Vries in 1643 naar het Noorden en Oosten van Japan

Note 120 — DE STAM DER AINO’S.

Reading edition

Leuca (Legua) 171⁄2 op een graad.

[121] „Amplissima sylvestrium hominum regio.” Deze uitdrukking schijnt aan Abrahamus Ortelius aanleiding te hebben gegeven het in zijn „Theatrum orbis terrarum” in het noorden van Japan vertoonde eiland „Satyrorum Insulam” te noemen.

[122] Rerum a Societate Jesu in Oriente gestarum volumen. Coloniae. 1574. pag. 426. „Japoniae terrae in Septentrionem adiacet amplissima sylvestrium hominum regio, leucas ab urbe Meaco trecentas. Bestiarum pellibus induuntur, toto hirti corpore, ingenti barba, mystacibus maximis, quas paxillo subrigunt potaturi. Vini gens avida in primis, ad bella ferox, formidolosa Japoniis. In praelio sauciati, salitis aquis abluunt vulnera, id unum genti remedium est. Speculum gestare dicuntur in pectore; ad caput gladios alligant sic, ut in humeros manubrium desinat. Sacra habent nulla, caelum dumtaxat venerari soliti sunt.”

[123] N. Witsen, Deel II. l. c. pag. 57.

[124] Naauwkeurige Verzameling de Gedenkwaardigste Reysen na Oost- en West-Indiën enz. Te Leiden door P. van der Aa, 1707. Deel 24. Agste Oost-indische Reys enz. onder Capitain Joan Saris. pag 136.

[125] Beschryvinghe van het Machtigh Coninckrycke Japan enz. door Françoys Caron. T’Amsterdam 1648. pag. 1.

[126] N. Witsen l. c. pag. 55.

[127] N. Witsen l. c. pag. 59.

[128] Nippon, Abtheil. VII, pag. 205-224.

[129] De geschriften, waaruit wij deze beschrijving zamengesteld hebben zijn gemerkt als volgt: (K. B.) Korte Beschrijvinghe; (S. B.) stuurman de Bakker’s berigt; en (J.) Coen’s Journael.

[130] Vergel. Nippon, Atlas, Tab. XVI, XVII, XVIII.

[131] Vergel. Nippon, VII Atlas, Tab. XXI, fig. 5. De kostbaarste zijn van blaauwen Obsidiaan, dien zij noemen Krafto tama, edelsteenen uit Krafto. Deze blaauwe koralen vindt men bij alle volken in den kouden aardgordel, van het noordelijke halfrond van den Grooten Oceaan tot in de Behring straat, waar ze van von Kotzebue in de Zond, die zijnen naam draagt, zijn waargenomen geworden, verspreid.

[132] Waarschijnlijk naar den boven beschreven haven van Nambu, op de Oostkust van Nippon. Mogelijk ook de haven van Saï of Ohata.

[133] Vergelijk: Voyage de Lapérouse, Atlas No. 50, waar eene ontmoeting van Aino-hoofden op de westkust van Krafto vertoond wordt.

[134] Nippon, VII Atlas. T. XIX. A. fig. 3, waar deze knuppel, sjô kine genoemd, afgebeeld is.

[135] Deze stokjes met krullen worden bij hun Inao genoemd en komen overeen met de Hei of Gohei, zinnebeelden van godheden in den ouden godsdienst, den Sintô, der Japanners. Vergelijk Nippon VII, pag. 214 en Atlas, Tab. XVII.

[136] Men vergelijke hiermede de grafzerken in de Baie de Castries. Voyage de Lapérouse, Atlas, No. 53, ook de door Toknai op de Westkust van Krafto waargenomen graftombe. Nippon VII, pag. 217, Atlas, Tab. XXII, fig. 15. De grafsteden hebben zeer veel overeenkomst met die van eenige Amerikaansche volksstammen, te weten de Dacotaks en Chippewas. Ook bij deze worden de lijken 12 tot 16 maanden lang in zerken, van planken en berkenbast vervaardigd en die op palen rusten, bewaard, voordat dezelve begraven worden. Gedurende deze tentoonstelling worden spijs en drank aan de zielen van de overledenen geofferd en wapenen en andere kostbaarheden bijgezet.

[137] Jeso-ki, ou Description de l’île d’Ieso etc., par l’interprète Kannemon; in Malte-Brun’s Annales des voyages, etc. Tom. XXIV, pag. 147.

[138] Nippon, VIII, pag. 214.

[139] De Aino’s dragen alle lasten op den rug, door middel van een band of riem die over het voorhoofd loopt. Deze gewoonte van kindsbeen af aan gevolgd moet aan het voorhoofdsbeen (Os frontalis) eene onnatuurlijke rigting geven en hetzelve naar achteren drukken, waardoor zich dan ook hun voorhoofd kenmerkt. Vergel. Nippon VII. Atlas Tab. XVI, waar de wijze hoe de Aino’s hunne wapenen dragen vertoond is.

[140] Nippon l. c. Tab. XVI. XX. von Krusenstern, Reise. Atlas no. LXXVI.

[141] Vergelijke Nippon l. c. Tab. XVIII. von Krusenstern, l. c. No. LXXX.

[142] Von Krusenstern l. c. No. LXXVI. Nippon l. c. Tab. XVI.

[143] Nippon l. c. Tab. XVI.

[144] Het zijn de bovenvermelde Inao; Overigens wordt bij hen de beer in eere gehouden en deshalven ook genoemd Hokjok Kamui (Kamui, Japansch Kami God). Zij voeden evenwel de jonge beeren op met de bedoeling ze aan hunne Beschermgoden op te offeren en tevens bij het offerfeest te eeten. Vergelijk Nippon l. c. pag. 203, 219. Tab. XVII, waar het Beerenfeest Omsia vertoond wordt.

[145] Deze worden van den bast van eenen boom, Ats’ni genoemd, waarschijnlijk eene soort van Broussonetia, vervaardigd. Vergel. Nippon, l. c., pag. 209. Tab. XVII.

[146] Nippon, l. c. pag. 210. Tab. XXI, fig. 6, 7, 8.

[147] Nippon, l. c. Tab. XVI, XVII, XVIII.

[148] Van zulke eene in haar soort kostbare halsketting met versierselen van geel koper werd ons eene teekening medegedeeld. Nippon, l. c., Tab. XXI, fig. 4.

[149] Nippon, l. c., pag. 210-211. Tab. XXII, fig. 1-5.

[150] Nippon, l. c. Tab. XVI.

[151] Vergelijke Nippon, l. c. pag. 213. Tab. XXIII, fig. 1, 2, 3.

[152] Nippon, l. c. Tab. XXII, fig. 7.

[153] Deze knipbogen, die zeer zinrijk uitgedacht zijn, vindt men ook te Japan in gebruik en worden Hana wake genoemd.

[154] Nippon, l. c. pag. 173.

[155] Vergelijk Nippon l. c. pag. 221.

[156] Nippon l. c. pag. 222.

[157] Nippon, l. c. bl. 182.

[158] Voyage de Lapérouse, Tom. III, pag. 40.

[159] Von Krusenstern’s Reise um die Welt, Band II, pag. 80.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings