BERICHT VOOR DEN BINDER.
Reading edition
Plaat Bladz.
XXX. Een oproerige Neger, op Schildwacht staande; te plaatsen tegen over 4
XXXI. Het doorwaden van een Moeras, in Guiana, door het krygsvolk. 22
XXXII. Platte grond van de Hoofd-legerplaats, tusschen de Rivieren Cottica en Maroni; benevens de manier, om in de bosschen van Surinamen te legeren. 52
XXXIII. Gezicht der legerplaats aan de Java-Kreek:—als mede by Jerusalem. 134
XXXIV. Eene Indiaansche Vrouw, tot het geslacht der Arrowoukas behoorende. 156
XXXV. Het Colibrietje of Bromvogeltje. 188
XXXVI. Een huisgezin van Loango-Neger-slaven. 236
XXXVII. Speeltuig der Negers. 274
XXXVIII. Gezicht van de Savane der Joden:—mitsgaders van den Berg Parnassus, of blaauwen Berg. 284
XXXIX. Manier om in de bosschen van Surinamen te slapen.—Boeren-hut, tot een buiten-verblyf. 326