← Table of contents
Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst

Note 241 — Van 1265 tot 1860. (continued 2)

Reading edition

De vroedschap vergaderde hierop om reden van weigering te geven. Aan den Heere van Hoogstraten, den voorheen gemelden Burgemeester, thans Secretaris werd het opstellen van den Brief aanbevolen. Doch hij toonde daartoe kleinen lust en liet na eenige harde woorden der Heeren, zich ontvallen, dat men tegen het prediken der Lutherschen was, niet zoo zeer uit goede oogmerken, als om Do. van Amstel te doen triompheren; waarop een der schepenen met zijne vuist op zijne knie slaande, zeide: dat ’s zeker, de Dominé zal triompheren! Van Hoogstraten dus gedrongen, las het opschrift van eenen brief aan Gecommitteerde Raden in welke de zwevende geschillen als eene reden van weigering werden aangevoerd, en tevens berigt, dat men den Heere de Charreton, als een bekwame plaats ter Godsdienstoefening had aangewezen een zolder in zeker kloosterkerkje, mitsgaders eene kamer in het weeshuis. De President-schepen vertoonde vervolgens een ander opstel, ’t welk goedgekeurd en verzonden werd, niettegenstaande de secretaris hem daarin verscheidene onwaarheden aanwees. Het gevolg hiervan was, een bevel van Gecommitteerde Raden aan den Majoor om eene der aangewezene plaatsen te kiezen. Naauwelijks had deze ’t bevel ontvangen of hij begreep dat de regering zekerlijk niet regt door zee gegaan was, waarom hij persoonlijk naar den Haag reisde, en door zijn nadere onderrigtingen te weeg bragt, dat de regering van Oudewater werd gelast de publieke kerk aan de Lutherschen tot het bedoelde oogmerk in te ruimen. Intusschen was de bedoelde Baljuw van Kinschot overleden en in deszelfs plaats door zijne Hoogheid aangesteld, de heer Willem Dekker, Raad in de Vroedschap van Gouda. Bij de verkiezing van Burgemeesteren, in October 1748, sloeg deze een middel voor om alle geschillen uit den weg te ruimen. Hij noodigde alle leden der Vroedschap ten zijnen huize met bijvoeging, van de predikanten insgelijks te zullen verzoeken om reden, in eene vriendelijke zamenkomst, elkander eenen beker van vernieuwde vriendschap aan te bieden. Eenige toonden zich daartoe genegen, doch de meesten wezen deze gulle aanbieding van de hand en dus ook de verzoening. De twisten en oneenigheden, aan ’t voeden van welke de heer van Amstel geoordeeld werd rijkelijk deel te nemen, duurde tot in zomermaand 1750, wanneer Zijne Hoogheid twee gemagtigden derwaarts zond. Reeds in de eerste zamenkomst verzocht de heer van Hoogstraten, uit zijnen naam en dien van nog zeven zijner mederegenten van de regering te mogen ontslagen worden; een stap, zoo als hij zich uitdrukte, welke zij deden, eensdeels om te toonen, hoe weinig belang zij bij de regering hadden, anderdeels en voornamelijk, om geen deel te hebben aan den ondergang der stad, welke zij uit de bedrijven van hen, die zich de bovenliggende Cabade noemden, zekerlijk te gemoet gingen. De vrienden van van Amstel verzochten insgelijks hun ontslag. Zijne Hoogheid, na dit verzoek te hebben ingewilligd, stelde op nieuw elf leden der oude Vroedschap in ’t bewind en zeven nieuwe leden aan. Die voor de Lutherschen gestemd hadden, kregen dus de meerderheid, waarna alles tot rust kwam.241

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings