Note 213 — Van 1265 tot 1860. (continued 2)
Reading edition
De Staten van Holland en Zeeland namen nu dan ook maatregelen, om zich tegen den aanhang van Leycester te versterken, en magtigden prins Maurits, om het gezag hem bij lastbrief en berigtschrift, als stadhouder en kapitein Generaal opgedragen, metderdaad te gebruiken: om alle oversten, bezetting houdende in de gemelde gewesten, lastbrieven te geven, en zich en de staten gehoorzaamheid en getrouwheid te doen zweren. Het veranderen der bezetting stelden zij aan hem of aan Hohenlo, zijnen luitenant, bij goeddunken van de Staten of hunne gemagtigden; het verleenen der patenten tot inlegering of doortogt, moest op dezelfde wijs geschieden. Deze regelen uit Wagenaar213 naast het archief der stad Oudewater gelegd, komen treffend overeen, immers van den 6 Maart 1587, vinden wij daar een placcaat, aangaande de order, gesteld op de passagiën en doortogten van de ruiters en knechten, binnen de landen van Holland en West Vriesland en tegen alle inlegeringen en overlast van hen, binnen de voorschreven landen, en van 12 October 1587 eene missive, houdende verzoek, om meerder garnizoen binnen de stad te willen ontvangen, geteekend door Philips, grave van Hohenlo.