Note 208 — Van 1265 tot 1860. (continued 2)
Reading edition
»Intusschen,” zoo schrijft Van Kinschot208, waren die van ’s Prinsen Raad gemagtigd, om hunne diensten te vervolgen, totdat ten aanzien der Regering anders zoude voorzien zijn. De edelen en afgevaardigden der steden nu te Delft bijeen zijnde, deden den eed voor den Voorzitter Nicolai, dat alle beraadslagingen en gevoelens op het stuk der Regering zouden geheim blijven. Toen men nu voorloopig genoeg over dit gewigtig onderwerp had gesproken, getuigden die van al de kleine steden te willen vertrekken, om de groote kosten van het bijwonen der vergaderingen te verhoeden, belovende echter, zich van de vereeniging tusschen Holland en Zeeland nimmer te zullen scheiden, waarop zij den volgenden dag ontslagen werden.