Note 153 — Van 1265 tot 1860. (continued 2)
Reading edition
Van Duyn, pag. 10, en van Kinschot pag. 223 en 224, melden omtrent een vlugteling het volgende. Nadat hij met paard en wagen en de tilbare goederen, op het voorbeeld zijner gebaren gevlugt was, werd hij door ’s vijands vooruit gespatte ruiterij zoo snel vervolgd, dat hij eindelijk, zich niet meer kunnende vleijen, het gevaar te ontsnappen, eerst zijn bevrachte wagen dwars over den weg reed, zijne paarden losmaakte en toen, na het medegevoerde te hebben achtergelaten, in het wegrennen, ten bewijs zijner nu vast gewaande vrijheid, den najagenden Spanjaard spottend toeriep, „Seneca, Seneca volg mij nu zoo gij kunt, ik zit nu te paard zoowel als gij.” ↑