← Table of contents
Ontwerp van wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee met toelichtende memorie

ONTWERP VAN WET.

Reading edition

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat de afsluiting van de Zuiderzee en de droogmaking van gedeelten binnen die afsluiting in 's lands belang door het Rijk behooren te worden ondernomen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1.

Op nader door Ons of van Onzentwege vast te stellen wijze, worden voor rekening van den Staat de werken uitgevoerd, noodig:

1º. tot afsluiting van de Zuiderzee door een afsluitdijk, loopende van de Noordhollandsche kust door het Amsteldiep naar het eiland Wieringen en van dit eiland naar de Friesche kust bij Piaam;

2º. voor de droogmaking van twee gedeelten van de afgesloten Zuiderzee en wel:

a. een noordwestelijk gedeelte, begrensd door de Noordhollandsche kust, den afsluitdijk door het Amsteldiep, het eiland Wieringen en een aan te leggen dijk van dit eiland naar de Noordhollandsche kust nabij Medemblik;

b. een zuidwestelijk gedeelte, begrensd door de Noordhollandsche kust en door een aan te leggen dijk, loopende van omtrent Blokkershoek naar het eiland Marken en van daar naar den noordelijken oever van het Monnikendammer Gat;

3º. tot voorziening in de belangen van waterkeering, afwatering en scheepvaart, voor zooveel deze door de afsluiting en de droogmaking geschaad worden;

4º. tot voorziening in de belangen van de landsverdediging, in verband met de sub 1, 2 en 3 bedoelde werken.

Artikel 2.

Op bij algemeenen maatregel van bestuur vast te stellen wijze zal eene tegemoetkoming worden gegeven aan de Zuiderzeevisschersbevolking wegens de schade, welke de afsluiting haar zal berokkenen.

Artikel 3.

Door Ons wordt eene Commissie benoemd om de Regeering van advies te dienen omtrent de voorbereiding en uitvoering der werken.

Aan deze Commissie kan de leiding der werken, onder de bevelen der Ministers, Hoofden van de betrokken Departementen, geheel of ten deele worden opgedragen.

Artikel 4.

Wegens de uitgaven voor de werken bij art. 1 en voor de tegemoetkoming bij art. 2 bedoeld, wordt jaarlijks eene afzonderlijke begrooting bij de wet vastgesteld.

Het beheer dier begrooting is onderworpen aan dezelfde regelen als het beheer dier algemeene begrootingen van Staatsuitgaven.

Artikel 5.

Tot dekking van de uitgaven, begrepen in de bij het eerste lid van art. 4 bedoelde begrooting, worden bestemd en bij de wetten tot vaststelling dier begrootingen aangewezen:

a. de sommen, die ten behoeve van de bij deze wet bedoelde werken op de algemeene begrootingen van Staatsuitgaven zullen worden uitgetrokken;

b. de vermoedelijke batige sloten der rekeningen van ontvangst en uitgaaf wegens de bij het eerste lid van art. 4 bedoelde begrootingen over vroegere diensten;

c. de toevallige baten, welke uit de uitvoering van de bij art. 1 bedoelde werken zullen kunnen voortvloeien.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid,

De Minister van Financiën,

De Minister van Oorlog,

De Minister van Binnenlandsche Zaken,

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings