Note 16 — OM DEN ZUID[11].
Reading edition
Geen vlugger, krachtiger visschen dan deze! Zij zwemmen gewoonlijk bij troepen van 20 à 30, doch immer paarsgewijze. Met ongelooflijke snelheid schieten ze door 't water, en springen, met gelijke tusschenpoozen, twee aan twee, hoog en sierlijk boven de golven uit. Ik zag ze, terwijl ons schip een elf-mijls vaart liep, in een oogwenk ons inhalen en vooruitloopen. — De rigting waaruit zij naderen, is, volgens de zeeluî, tegengesteld aan die van den komenden wind.