Note 3 — Luchtkasteelen.
Reading edition
Een zeker iets in Laurie’s gezicht verontrustte zijn vriendinnetje, [126] maar zij zei opgewekt, met haar vriendelijke oogen op de drijvende wolken gevestigd: “Als iemand echt verlangt er te komen, en er zijn heele leven zijn best voor doet, geloof ik, dat hij zeker zal mogen binnentreden, want ik denk niet, dat er grendels of wachters voor die poort zijn. Ik stel het me altijd voor, als op dat plaatje, waar de vriendelijke gedaanten de handen uitstrekken om den armen Christiaan3 te verwelkomen, wanneer hij de rivier doorwaad heeft.”