Note 1 — Goede Buren.
Reading edition
Het groote huis bleek een eldorado te wezen, hoewel het een heelen tijd duurde, eer ze er allen in waren, en Bets het heel moeilijk vond “de leeuwen”1 voorbij te komen. De oude heer Laurence was de grootste, maar na zijn bezoek, waarop hij ieder van de meisjes iets aardigs of vriendelijks gezegd en met hun moeder over oude tijden gepraat had, was niemand meer erg bang voor hem, behalve de bedeesde Bets. De andere leeuw was het feit, dat ze arm waren en Laurie rijk, want dat maakte hen huiverig om beleefdheden aan te nemen, die ze niet wederkeerig konden bewijzen. Na een poosje bemerkten ze echter, dat hij hen als de weldoensters beschouwde en niet genoeg kon doen om zijn dankbaarheid te toonen voor het moederlijk onthaal, dat Mevrouw March hem bereidde, het vroolijk gezelschap der meisjes, en de gezelligheid, die hij in hun eenvoudig huis vond, zoodat ze weldra allen trots op zij zetten en elkander vriendelijkheden bewezen, zonder er over na te denken, welke wel de grootste was.