Note 1 — IX. De groote sneltocht.
Reading edition
»Toen ik in de nabijheid van het overvallen huis kwam, hoorde ik al spoedig het geraas van de feestvierende Sibaoe’s. Ze schreeuwden en sloegen op de trommen, dat het ver door het bosch weerklonk. Zooveel mogelijk mij verborgen houdend, sloop ik behoedzaam dichterbij. Ik zag, dat ze een grooten feestmaaltijd hadden aangericht en dat er al verscheidene veel te veel toewak1 hadden gedronken. De hoofden der vermoorde bewoners hadden ze op staken tentoongesteld.”