← Table of contents
Nietzsche's Philosophie

Note 18 — Positief gedeelte: De „Uebermensch”.

M. François-Merkus translation

Die hypothese omtrent de wereldevolutie vervulde tegelijk Nietzsche, van af het oogenblik, dat zij aan zijn denkershorizon verscheen, van groot enthousiasme en onbeschrijfelijken afschuw. Eerst hield hij die gedachte voor zich en een algemeen overzicht van zijn nieuwe leer, het Eeuwig Wederkeeren, dat hij in den zomer van 1881 reeds geschetst had, bleef onafgemaakt. In een aphorisme van Die fröhliche Wissenschaft sprak Nietzsche voor het eerst het denkbeeld van een Eeuwig Wederkeeren uit als eene soort verontrustend paradox. Hij veronderstelt daarin, dat een demon in een eenzaam uur die hypothese in het oor van den denker komt fluisteren. „Zoudt gij u niet ter aarde werpen,” zoo besluit hij, „zoudt gij niet tandenknarsend den demon vervloeken, die zoo tot u gesproken had? Of hebt gij het onbeschrijfelijk oogenblik doorleefd, waarin gij hem antwoorden kondt: „Gij zijt een god en nooit vernam ik goddelijker woord!” Zoo die gedachte zich meester maakte van u, zooals gij zijt, zou zij u vervormen en wellicht verpletteren. De vraag: „wilt gij dat nog eens en eeuwig?” op elk oogenblik van uw leven gesteld, zou als een loodzware last op geheel uw werkvermogen drukken, tenzij gij uzelf en het leven zoozeer liefhadt, dat gij niets anders meer dan die hooge en eeuwige wijding en bevestiging verlangdet!”18 Nietzsche dacht er in dien tijd aan tien jaar van zijn leven te wijden aan de studie der natuurlijke historie te Weenen of Parijs om voor zijn hypothese een wetenschappelijke basis te vormen en na een jarenlang stilzwijgen als de profeet van het Eeuwig Wederkeeren weer ten tooneele te verschijnen. Al heel spoedig echter besloot hij dat plan op te geven om verschillende redenen, waaronder voornamelijk deze, dat een oppervlakkig onderzoek van het vraagstuk van uit een wetenschappelijk oogpunt hem dadelijk deed inzien, dat het onmogelijk was zijne leer van het „Eeuwig Wederkeeren” volgens de atomische theorie te verklaren;19 maar zijne onverklaarde en onverklaarbare hypothese bleef toch het middenpunt van zijn denken en het Eeuwig Wederkeeren is het grootsche denkbeeld, dat Zarathustra in bedekte termen en met eene soort heiligen afschuw aan de menschheid verkondigt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings