Note 10 — Positief gedeelte: De „Uebermensch”.
M. François-Merkus translation
De wijze moet, volgens Nietzsche, dus hard zijn voor zichzelf en voor anderen. Hij doet, wat hemzelf betreft, afstand van alle welvaart, rust en vrede, want hij weet, dat de menschheid zich niet tot een bepaald doel ontwikkelt, maar dat alles in eene voortdurende wording verkeert en dat het leven iets is, „dat zichzelf steeds opnieuw moet overtreffen”10; en daarom weet hij ook, dat het individu zich nooit vleien kan de haven bereikt te hebben, maar dat alle vrede voor hem „het middel tot een nieuwen strijd” is en zijn leven een onafgebroken reeks van gevaarlijke avonturen moet zijn. Hij zoekt dus geen geluk, maar alleen de opwinding van het spel en zoo hij een mooien worp doet, vraagt hij zich dadelijk af: „Speel ik niet met valsche dobbelsteenen?” Ook weet hij, dat vreugde en smart steeds samengaan; wel kan de mensch zonder groote vreugde of diepe smart door het leven gaan, maar daarmee brengt hij zijne levenskracht tot het minimum, want hij, die groote vreugde wil kennen, moet ook noodzakelijk diepe smart ondervinden en elke slingering naar eene zijde wordt onmiddellijk vereffend door eene tegenovergestelde slingering. De „schepper van waarden”, die in het leven gelooft en het leven zoo vol en krachtig mogelijk wil, verlangt dus ook de grootst mogelijke slingeringen om het evenwichtspunt: hij wil zoowel het hoogste toppunt der vreugde als dat der smart, de meest bedwelmende overwinningen en de vreeselijkste nederlagen leeren kennen; hij moet zijne diepste smart en zijne hoogste verwachting tegelijk tegemoet gaan en zoowel naar zege als naar vernietiging verlangen.11 Zarathustra sterft als hij het toppunt van zijn bestaan bereikt. De Uebermensch is zoowel de hoogste overwinning als het einde van den mensch.