← Table of contents
Nietzsche's Philosophie

Note 21 — NIETZSCHE’S KARAKTER.

M. François-Merkus translation

Zoo vond Nietzsche, die het leven beschouwde als „iets, dat telkens opnieuw zichzelf moet overtreffen,” dat voortdurend veranderen een hoofdelement in zijn bestaan, wat niet wegneemt, dat zijn leven ook van eene grootsche eenheid getuigde, want het werd geheel en al beheerscht door eenzelfden drang, den wil om altijd en ten koste van alles trouw aan zichzelf te blijven. Hij heeft zijn geheele leven gewijd aan dat ééne groote vraagstuk: „Wat is voor den mensch, wat dus voor mij, het doel van het leven, wanneer God niet bestaat?” Aan de oplossing van dat vraagstuk heeft Nietzsche zijne volle, mannelijke geestkracht geschonken: „Onpersoonlijkheid heeft op aarde noch in den hemel eenige waarde,” schreef hij, „voor alle groote vraagstukken is de groote liefde noodig en die liefde kan alleen bestaan in den machtigen, sterken geest, die door een vaste basis zeker is van zichzelf. Er bestaat een groot verschil tusschen den denker, die „persoonlijk” staat tegenover zijn vraagstuk en in de oplossing er van zijne bestemming ziet, zoowel in zijne diepste droefheid als in zijn hoogste geluk, en hem, die in een geheel „onpersoonlijk” onderzoek, alleen met de voelhorens van het koel en nieuwsgierig denken te werk gaat. De laatste vindt niets—dat is zeker—want moge een groot vraagstuk zich al eens laten vatten, toch laat het zich niet door de koudbloedigen en lafhartigen vasthouden.”21

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings