← Table of contents
Nietzsche's Philosophie

Note 11 — NIETZSCHE’S KARAKTER.

M. François-Merkus translation

Nietzsche behoorde tot eene van die vrome en ontwikkelde families, waarin een hoog godsdienstig gevoel samengaat met de behoefte aan wetenschap. Zijn vader en zijn grootvader waren beide dominé geworden na eene grondige academische studie en ook zijne moeder en grootmoeder sproten voort uit een predikantsgezin. Het lag daarom in den aard der zaak, dat de jeugdige Nietzsche bestemd werd voor de loopbaan zijner vaderen. Zijne speelmakkers hebben hem niet anders gekend dan ernstig, bescheiden en zacht, gesloten van karakter en hoogst godsdienstig, niet alleen in woorden, maar ook in daden; op zesjarigen leeftijd werd hij door zijne klassegenooten reeds de kleine dominé genoemd. Tot den dag zijner bevestiging—hij was toen zeventien jaar oud—kende hij geen twijfel in zijn geloof en toen hij drie jaren later, bij het verlaten van het gymnasium van Pforta, waar hij zijn graad behaalde, volgens een oud gebruik aan die instelling eigen, schriftelijk den leeraren, die hem tot het leven hadden ingeleid, dank zei, waren zijne eerste woorden gericht tot God: „Hem, wien ik bijna alles verschuldigd ben, zeg ik bovenal dank; door welke daad kan ik Hem mijne innige dankbaarheid meer betoonen dan door Hem met hart en ziel te aanbidden in het levendig besef van zijne groote liefde—van eene liefde, die mij het schoonste uur mijns levens heeft geschonken? Moge God mijn trouwe steun zijn en mij steeds behoeden!”11

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings