Note 7 — NIETZSCHE’S KARAKTER.
M. François-Merkus translation
„De trots en de intellectueele walging van een ieder, die veel geleden heeft … de trots van den uitverkorene in de wetenschap, van den ingewijde, die reeds gedeeltelijk ten doode is gedoemd, moet telkens een nieuw masker zoeken om alle aanraking te ontwijken van de onbescheidenheid en het medelijden van hen, die zijn leed niet kunnen begrijpen. Diepgevoelde smart veredelt: zij schept hoogere dingen. Een van hare beste maskers is wel het epicurisme samengaande met een zichtbaren overmoed om alle lijden licht op te nemen en zich zoo min mogelijk gevoelig te toonen voor alle droefheid en diepte van het leven. Er zijn menschen met een helder verstand, die door dat verstand miskenning weten te verwekken, die menschen willen miskend worden. Er zijn „mannen van de wetenschap,” die zich door die wetenschap een schijn van opgeruimdheid weten te geven, omdat, volgens hun oordeel een „wetenschappelijke geest” samengaat met een oppervlakkig zieleleven; die menschen verbergen hun zieleleven achter die valsche gevolgtrekking. En ook zij zijn er, die menschen vol geestelijke vrijheid en moed, die aan de geheele wereld trachten te verbergen, dat hun hart zoo hoog trotsch en ach, toch zoo ongeneeslijk gebroken is (zoo b.v. het cynisme van Hamlet, de geschiedenis van Galiani). Zelfs de waanzin is somtijds het middel om het zelfbewust pessimisme te verbergen. De plicht van de verfijnde menschenliefde is dus alle „maskers” te ontzien en niet zonder gegronde redenen het menschelijk leed te onderzoeken en te ontleden7.”