← Table of contents
Nietzsche's Philosophie

Note 43 — NIETZSCHE’S INTELLECTUEELE EMANCIPATIE. (1869–1879).

M. François-Merkus translation

Ook in een ander opzicht had Nietzsche zich bedrogen in zijne vereering van Wagner, hierin n.l. dat hij, de aanbidder van den „schoonen vorm,” de bewonderaar van den grootschen klassieken stijl der Grieken en Franschen, zich had kunnen laten verblinden en misleiden door den al te bloemrijken en overladen stijl van het Wagneriaansche drama, dat hij zich had laten beetnemen door de kunsten van een geniaal „comediant”, van een voortreffelijk goochelaar. Hij had een oorspronkelijk genie gezien, vol kracht en overvloeiend van levensvruchtbaarheid, in een ultra-geraffineerd decadent, in een van die nakomers, die aan den avond van een hoog ontwikkeld tijdperk, zoo wonderbaarlijk handig gebruik weten te maken van alle stoffen, die in vorige eeuwen verzameld werden en zeldzame, knappe, ingewikkelde werken voortbrengen van schitterende en streelende kleuren als die van een herfstlandschap of een zonsondergang; werken, die evenwel meer buitengewoon dan waarlijk schoon zijn en waaraan de ware adel, de aangeboren volkomenheid, die zeker van zichzelve zegepralend uitstraalt, ontbreekt. Het Wagneriaansch drama vertegenwoordigde volgens Nietzsche den „vlammenden” stijl in de muziek, het was de artistieke uiting, die met onze eeuw van verval samen moest gaan. Wagner heeft tot de kleinste hoeken der moderne ziel doorzocht en is dus een gids van waarde voor den denker, die die moderne ziel tot in hare verborgenste diepten wil leeren kennen. Het is noodig Wagneriaan te zijn geweest … maar men moet zich van de heerschappij van dien grooten toovenaar weten te bevrijden: dat is een levensvoorwaarde. „De grootste gebeurtenis in mijn leven was eene genezing,” zegt Nietzsche verder. „Wagner is slechts eene mijner ziekten geweest.”43

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings