Note 28 — NIETZSCHE’S INTELLECTUEELE EMANCIPATIE. (1869–1879).
M. François-Merkus translation
Hierboven is gezegd, dat Nietzsche in „Die Geburt der Tragödie” tot basis van zijne uiteenzetting Schopenhauers theorieën aanneemt over den Wil als „een op zichzelfstaand iets,” over de wereld als voorstelling, over de indivíduatie als oorzaak van alle lijden en over de muziek als de directe uiting van den wil. In dat zelfde werk begroet hij Schopenhauer als den Messias van eene tragische cultuur, die bestemd is om de „socratische” cultuur van den modernen tijd te vervangen en wier hoofdtrek als volgt wordt geteekend: „In plaats van de Wetenschap wordt voortaan de Wijsheid het hoogste doel—de Wijsheid, die zich niet laat misleiden door de bedriegelijke hersenschimmen der Wetenschappen, maar den blik vestigt op het gansche wereldbeeld en in eene opwelling van sympathie en liefde het universeel lijden tracht te beseffen als haar eigen leed.”28 In 1872 geeft hij hetzelfde idee weer in een klein artikel over het verband tusschen Schopenhauer’s philosophie en de Duitsche cultuur, waarin hij in beginsel de hoofdgedachten der eerste drie „Unzeitgemäsze Betrachtungen” neerlegt.29 In 1874, in zijn derde „Unzeitgemäsze”, „Schopenhauer als Erzieher” spreekt Nietzsche zijne innige dankbaarheid uit tot den denker, die hem in de wereld van den geest heeft ingewijd en verklaart hij den heilzamen invloed, dien de ideeën van den grooten pessimist op de hedendaagsche ziel kunnen uitoefenen.