← Table of contents
Nietzsche's Philosophie

Note 12 — NIETZSCHE’S INTELLECTUEELE EMANCIPATIE. (1869–1879).

M. François-Merkus translation

Wat beduidt uit een zuiver historisch oogpunt beschouwd, Nietzsche’s theorie over de evolutie der Grieksche cultuur? Het zou wellicht gewaagd zijn die vraag reeds nu te willen beantwoorden, maar het is zeker, zooals Nietzsche zelf zeer goed wist, dat hij door philosophie en philologie samen te doen werken, geheel afweek van de strekking, die bij de hedendaagsche geleerden de overhand heeft. De positieve mensch, die alleen preciese feiten wil, weinig neiging gevoelt tot intellectueele avonturen en niet de minste aantrekking vindt in het onderzoek van vraagstukken, die niet door de wetenschap kunnen worden opgelost, die mensch is van zelve geneigd Nietzsche’s methode te veroordeelen en tal van zijne beweringen, die volkomen tegenstrijdig zijn met de voorstelling, die men zich gewoonlijk van de Grieken maakt, zonder verder debat te verwerpen. Zoo Nietzsche éénmaal eene plaats moet innemen in de geschiedenis der philologie, zal het zijn als de inwijder en bevorderaar van leidende begrippen, die de mannen van het vak slechts te onderzoeken of te verbeteren hebben; en wanneer voor het „Dionysisch probleem,” zooals Nietzsche het stelde, ooit eene oplossing werd gevonden, overeenkomende met de oplossing, die Nietzsche er van schetste, zou hij ongetwijfeld recht hebben op de dankbaarheid en de achting van die philologen, die hem zoo hard verstooten hebben. De toekomst zal ons de waarheid leeren, maar ook al zouden Nietzsche’s begrippen geenerlei objectieve waarde voor de kennis der Grieksche ziel bezitten, zoo blijven zij toch van het hoogste belang voor de geschiedenis van Nietzsche’s denken. Ergens zegt hij: „Ik ben verre van te meenen, dat ik Schopenhauer juist begrepen heb, maar door Schopenhauer heb ik mijzelve iets beter leeren kennen.”12

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings