Note 10 — NIETZSCHE’S INTELLECTUEELE EMANCIPATIE. (1869–1879).
M. François-Merkus translation
In die periode van de „tragische wijsheid,” die zich volgens Nietzsche het sterkst openbaarde in het drama van Aeschylus en die hij in zijne natuurlijkste uiting terugvond in de philosophie van Heraclites, lag volgens hem het toppunt der Grieksche beschaving en toen hij, zestien jaren later, in vol zelfbewustzijn, het werk zijner jongere jaren nog eens naging, besefte hij dat zijne voornaamste verdienste daarin bestond, dat hij in „Die Geburt der Tragödie” voor het eerst den diepen zin van den Dionysischen geest onder de Grieken had doen uitkomen. „De orgieënstaat verklaard als een gevoel van overvloeiende levenskracht, waarin zelfs de smart een prikkel is, heeft mij den weg getoond, die tot het besef van dat tragisch gevoel leidt, dat zoowel door Aristoteles als door onze hedendaagsche pessimisten zoozeer miskend wordt. De bevestiging van het leven tot in zijne moeilijkste en meest geduchte problemen, de Wil om te leven, zich hoogvoelend in het bewustzijn van zijne onuitputtelijke vruchtbaarheid ondanks de vernietiging van de schoonste typen der menschheid—dat noem ik den Dionysischen geest en daarin vond ik den sleutel tot de ziel van den tragischen dichter. De tragische ziel verlangt niet bevrijd te worden van vrees en van medelijden, zij tracht niet zich los te maken van een gevaarlijken hartstocht door eene hevige uitbarsting van dien hartstocht uit te lokken—volgens de opvatting van Aristoteles—neen: zij wil door medelijden en vrees heen zelve de eeuwige wordingsvreugde zijn, die vreugde, die ook het genot van vernietigen kent.…”10